zaterdag 1 januari 2011

De schrijvers van de nieuwe tijd

Waar zijn ze toch naartoe?
Die sprinkelende sprankelzinnen
zo flierefluiterig vanbinnen
Met woorden die smaken
en in de stilte kraken
Als verse sneeuw onder je voeten.

De schrijvers van de nieuwe tijd
zijn blijkbaar voor de eeuwigheid
van licht en van vreugde en schoonheid beroofd.
Het vuur is al lang in hun ogen gedoofd.

Wie zijn toch die mensen van grijs en papier
Van diep weggezonken en nu-niet-meer-hier.
Gezichtloze wezens van pen en van zwart
Met duisterig denken en woelig van hart.

Wie zijn deze dichters van ochtendlijk grauw
Van paddestoelwolken en vlammende kou.
Van lege symbolen.
Van dwalen en dolen.
Van tegenpolen.

Ze kunnen het leven al lang niet meer aan.
Ze schrijven zich leeg en ze blijven bestaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten