woensdag 2 februari 2011

Monoloog voor Eurydice

Voor het vak Literaire Genres (Drama) moesten we een korte monoloog schrijven voor het personage Eurydice, uit het toneelstuk Antigone van Sophocles. In het originele stuk heeft zij geen tekst, ze is slechts een zwijgende aanwezigheid. Wij mochten haar een stem geven. Deze monoloog komt vlak voor haar zelfmoord, nadat ze gehoord heeft dat haar zoon gestorven is. Ik heb gekozen om de monoloog te brengen in de stijl van het episch theater.


Monoloog Eurydice
Het is voorbij. Het spel is gespeeld, het doek zal nu wel gauw vallen. Zij die moesten sterven, hebben hun taak volbracht. En nu is het aan mij. Eindelijk mag ik naar voren komen, op dit moment mag ik eens in de schijnwerpers staan, is dat niet ironisch?
Ik zweeg. Dat was mijn rol, en wie kan daar iets aan veranderen? Ik zweeg, en ik keek. Ik zweeg, maar ik voelde. Mij zijn niet veel woorden gegeven, maar op dit laatste ogenblik zal ik ze allemaal uitstorten. Tranen heb ik niet, maar mijn weinige woorden stromen nu naar buiten want ik wil, ik kán niet langer zwijgen, ik wil ook gehoord worden, ik wil ook mijn deel zeggen! Dus hoor mij, hóór mij, want ik zweeg, ik keek, ik voelde, en ik deed niets, maar nu schreeuw ik, ik SCHREEUW! Is het mogelijk om niet te schreeuwen als je zoon dood is?
Ik zweeg. Ik keek toe terwijl de stad kreunde onder de tirannie van Kreoon, ik deed niets. Was dit werkelijk mijn rol? Toekijken hoe de wereld vergaat? Of kon ik misschien in het midden van het spel opstaan, naar voren stappen en schreeuwen, zoals ik nu schreeuw? Kunnen woorden iets veranderen? Of is het beter om de stille rol te spelen?
Nu zwijg ik niet meer, nee, mijn woorden blijven vloeien terwijl het zwarte water van de Styx al rond mijn enkels kolkt, en ik hoor de veerman roepen. Ik denk dat het tijd is om te sterven, want het doek zal nu wel gauw vallen. Het spel is gespeeld. Het is voorbij. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten